Mijn PVDM

Managementfees

Gepubliceerd op 22-07-2019 door Nick Verheyden

In vennootschapsstructuren wordt er vaak gebruik gemaakt van een managementvennootschap, waarin managementvergoedingen worden gefactureerd aan een exploitatievennootschap. De aftrekbaarheid van deze vergoedingen wordt door de fiscus echter meer en meer in vraag gesteld, waardoor het van groot belang is om uw managementprestaties te kunnen aantonen.

Sinds jaar en dag probeert de fiscus de strijd aan te gaan met de (te hoge) managementvergoedingen die managementvennootschappen factureren aan exploitatievennootschappen. Dit omdat er vaak hogere vergoedingen aan de managementvennootschap worden betaald, dan er uiteindelijk wordt uitbetaald aan de bestuurder van deze managementvennootschap. Op deze manier kunnen de winsten van de exploitatievennootschap eveneens doorgeschoven worden naar de managementvennootschap, waardoor de belastingdruk bij de exploitatievennootschap daalt.

Om ervoor te zorgen dat de fiscus de aftrekbaarheid van deze vergoedingen niet in twijfel kan stellen, is het aangeraden om voorzichtigheidshalve enkele regels te hanteren.

 

Bewijzen van werkelijke prestaties

In tegenstelling tot vergoedingen aan natuurlijke personen, dat beschreven staat in art. 195 WIB’92, kan de aftrekbaarheid van vergoedingen ten voordele van vennootschappen in twijfel worden gebracht op basis van art. 49 WIB’92. Hierin staat vermeld dat beroepskosten enkel aftrekbaar zijn indien ze: in het belastbaar tijdperk gedragen zijn, gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen en waarvan de echtheid en het bedrag wordt verantwoordt door bewijsstukken.

Voornamelijk aan de laatste voorwaarde hecht de fiscus veel belang. De fiscus verwacht dat er voor elke managementvergoeding een verband kan worden aangetoond met werkelijk geleverde prestaties. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan de fiscus de kost van deze vergoedingen verwerpen.

 

Bewijsmiddelen van werkelijke prestaties

Het is bijgevolg van groot belang om voorafgaand een duidelijk onderbouwde managementovereenkomst tussen de managementvennootschap en de exploitatievennootschap op te stellen, waarin zowel de prestaties als de berekeningswijze van de vergoedingen worden vastgesteld. Het is eveneens aangeraden om op de facturen van de managementvergoedingen een zo gedetailleerd mogelijk overzicht te vermelden van de geleverde prestaties en de prijs.

De fiscus heeft met het opstellen van een onderbouwde managementovereenkomst echter geen genoegen genomen. Het Hof van Cassatie heeft in oktober 2015 beslist dat buiten het opstellen van een schriftelijke overeenkomst en gedetailleerde facturen, het van belang is om de werkelijk gepresteerde prestaties effectief te kunnen aantonen. Dit kan onder meer door e-mails, verslagen van vergaderingen, agenda’s, notities, timesheets, … Dit sterkt nogmaals het belang van een goed onderbouwd dossier om te voorkomen dat de fiscus uw managementvergoedingen op basis van art. 49 WIB’92 kan verwerpen.

 

Vergoedingsbeleid

Het valt ook aan te bevelen om een goed vergoedingsbeleid op te maken voor de vennootschap. Hierin bepaalt de vennootschap hoeveel aan bestuurders wordt uitbetaald en in welke vorm (bijvoorbeeld een deel in natura).

 

Wat met tantièmes?

Tantièmes zijn een winstverdeling aan de bestuurders en zijn dus in principe niet te onderbouwen met prestaties.

 

Boekhoudkantoor PVDM
Handelslei 187, 2980 Zoersel
Kremerslei 53, 2570 Duffel

BTW. 0668.387.012
BIBF. 70503236

T. 03 384 11 28
info@boekhoudkantoorpvdm.be

Inspiratie in uw mailbox?

Shtick was here.