Mijn PVDM

Hervorming huwelijksvermogensrecht: nieuwe vergoedingsplicht in het wettelijk stelsel

Gepubliceerd op 21-02-2019 door Nick Verheyden

Na de hervorming van het erfrecht is ook het huwelijksvermogensrecht hervormd en in werking getreden op 1 september 2018. Door deze nieuwe wet kan er, bij de ontbinding van het huwelijk, een vergoeding worden geëist door de echtgenoot voor de waardestijging van de aandelen van de vennootschap die in handen is van de andere echtgenoot.

De nieuwe regeling, opgenomen in de hervormde wetgeving, is enkel van toepassing op koppels die gehuwd zijn onder het gemeenschapsstelsel. Dit houdt in dat er drie vermogens zijn: het gemeenschapsvermogen of huwelijksvermogen en het eigen vermogen van de twee partners afzonderlijk.

Afrekening bij ontbinding huwelijk

Bij de ontbinding van het huwelijk worden de drie vermogens met elkaar afgerekend. Wanneer het ene vermogen zich heeft verrijkt ten koste van het andere vermogen dan moet dit bij de ontbinding worden rechtgezet via de zogenaamde vergoedingsrekeningen.

Het probleem doet zich voor wanneer de aandelen van een vennootschap geheel eigen zijn aan het vermogen van een echtgenoot, die eveneens in de vennootschap zijn beroep uitoefent. Het valt wel vaker voor dat de inkomsten van deze vennootschap slechts gedeeltelijk worden uitgekeerd en in de vennootschap blijven waardoor de aandelen van de betreffende vennootschap in waarde stijgen.

Op het eerste zicht lijkt er geen probleem te zijn aangezien geen enkel vermogen zich heeft verrijkt ten koste van een ander vermogen. Echter, artikel 104, §1, 1° van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de beroepsinkomsten vallen onder het gemeenschappelijk vermogen. Wanneer dus de inkomsten niet worden uitgekeerd door de vennootschap ontstaat er een nadeel voor het gemeenschappelijk huwelijksvermogen. De echtgenoot die de eigenaar is van de aandelen draagt in dergelijk geval zijn beroepsinkomsten niet bij aan de huwgemeenschap omdat ze in zijn vennootschap blijven.

Aandelen verkregen met eigen vermogen

Het nieuwe artikel 1432, tweede lid BW wil een einde maken aan de hierboven beschreven situatie. Het artikel is van toepassing in het geval waarbij een echtgenoot zijn beroepsinkomen behaalt uit zijn vennootschap waarvan de aandelen tot zijn eigen vermogen behoren. Dit wil zeggen dat de aandelen reeds zijn verworven vóór het huwelijk ofwel tijdens het huwelijk via eigen gelden of door middel van een erfenis of schenking. Indien de aandelen werden gefinancierd door het gemeenschappelijk vermogen, is er uiteraard geen nadeel voor de huwgemeenschap en dient er geen afrekening tussen de vermogens plaats te vinden.

Nieuwe vergoedingsmethode

Indien een echtgenoot slechts een beperkt beroepsinkomen ontvangt uit zijn vennootschap, waarvan hij de aandelen heeft verkregen met eigen vermogen, zal er dus wel nadeel zijn voor de huwelijksgemeenschap. De gemeenschap ontvangt niet de hogere opbrengst die zij zou verkrijgen indien die echtgenoot zijn beroepsinkomen zou behalen als zelfstandige of werknemer.

Daarom bepaalt artikel 1432, lid 2 BW dat de gemeenschap vergoed moet worden voor de netto beroepsinkomsten die ze niet heeft verkregen en die zij had kunnen verkrijgen indien de echtgenoot zijn beroep niet uitoefent via een eigen vennootschap.

Bij de ontbinding van het huwelijk kan de mede-echtgenoot voortaan een vergoeding eisen voor deze ‘misglopen’ inkomsten. Deze vergoeding is gelijk aan een compensatie voor de door de gemeenschap misgelopen inkomsten. De vergoeding zal echter niet gelijk kunnen zijn aan het volledige bedrag van de waardestijging van de aandelen.

De echtgenoot die de eigenaar is van de aandelen kan zich evenwel verzetten tegen een dergelijke compensatie. In dat geval moet hij kunnen aantonen dat een uitkering van een hogere vergoeding door de vennootschap niet mogelijk was door bijvoorbeeld de financiële toestand van de vennootschap of andere economische redenen.

Toepassing in de tijd

De vergoedingsregel is van toepassing op alle echtgenoten die gehuwd zijn na 1 september 2018. Voor echtgenoten die reeds eerder zijn gehuwd, kan er slechts een vergoeding worden geëist voor de ‘misgelopen’ inkomsten vanaf 1 september 2018.  De ‘misgelopen’ inkomsten van voor deze datum kunnen niet meer worden gerecupereerd.

 

Boekhoudkantoor PVDM
Guido Gezellelaan 21, 2980 Zoersel
Kremerslei 53, 2570 Duffel

BTW. 0668.387.012
BIBF. 70503236

T. 03 384 11 28
info@boekhoudkantoorpvdm.be

Inspiratie in uw mailbox?

Shtick was here.